Hoe praat je met je kind over de dood?

Geplaatst op 29 september 2020 in Moederschap

“Mama, maar wat nou als jij dood gaat?”.  Jouw kleuter die normaal lekker met klei en auto’s aan het rommelen is stelt je ineens deze vraag. Het overvalt je. Je weet niet goed hoe te reageren. En vooral… wat kun je uitleggen en wat is nog te lastig? De dood is vooral voor ons als volwassenen vaak een beladen thema. Hoe bespreek je dit dan op een luchtige manier met jonge kinderen? 

Als ouder wil je het liefst dat jouw kind zo onbezorgd mogelijk opgroeit en de dood past daar eigenlijk niet bij. Toch helpt het bespreken van de dood bij het creëren van een realistisch beeld.

Want hoe minder je vertelt, hoe meer ze gaan invullen op basis van hun eigen fantasie. Vooral kleuters omdat bij hen het magisch denken voorop staat waardoor zij werkelijkheid en fantasie nog onvoldoende kunnen onderscheiden van elkaar.

Hierdoor kunnen onrealistische beelden en ideeën ontstaan die angst kunnen oproepen. En juist dat is wat je als ouder het liefst wilt voorkomen.

Wanneer wordt de dood voor kinderen ‘interessant’?

Tot een leeftijd van drie jaar hebben kinderen nog geen besef van de dood. Wel voelen ze emoties en veranderingen in hun omgeving sterk aan op het moment dat je te maken hebt met verlies. Op de leeftijd van 4 en 5 jaar zien kinderen de dood als iets tijdelijks.

Ze beschikken nog niet over voldoende tijdsbesef en het inzicht dat de dood onomkeerbaar is. Dat kun je bijvoorbeeld merken als uitspraken zoals: “Ze slaapt nu en wordt straks weer wakker”.  Wat helpt is uitleg geven over het verschil tussen ‘dood’ en levenloos’. Een huis leeft niet net als speelgoed, maar planten mensen en dieren die leven en kunnen dus doodgaan.

“Op een leeftijd van 12 jaar heeft driekwart van de basisschoolleerlingen een overlijden in zijn omgeving meegemaakt”.

Voor kinderen is de dood (nog) geen beladen thema 

Onthoud ook dat de dood voor kinderen (nog) geen beladen thema is. Ze zijn vooral nieuwsgierig: hoe zit het dan als je onder de grond ligt? Wat gebeurt er dan met je lichaam? Wanneer je zelf een open houding aanneemt over dit onderwerp en bijbehorende emoties dan is het voor kinderen ook heel normaal om hun vragen hierover te stellen. Het beeld over ‘de dood’ verandert vaak pas na eigen ervaring met de dood in hun direct omgeving of door de reacties van hun ouders (schrikken, dichtklappen, verdriet).

Mag ik dan niet mijn emotie tonen? 

Je bent als ouder geen robot en vragen over de dood kunnen (logisch) bij jou emoties oproepen. Is het erg om te huilen waar jouw kind bij is? Nee. Allereerst lukt het vaak niet om dit te onderdrukken en je kan daarmee ook jouw kind de indruk geven dat verdriet er niet mag zijn. Maar zorg dat je uitlegt wat er gebeurt: ‘ik mis mijn papa en daar moest ik aan denken en dan ben ik even heel verdrietig’. Hierdoor maak je er gelijk een mooi leermoment van en laat je zien dat huilen ok is. Én benadruk dat je het goed vindt dat hij deze vraag stelt. Om zo te voorkomen dat jouw kind vragen voor zich gaat houden omdat hij merkt dat jij er verdrietig van wordt.

Wat ook goed werkt voor kinderen is om daarna nog even stil te staan bij dat het weer goed met je gaat: “Ik was net even verdrietig, maar nu gaat het weer goed”. Hierdoor laat je zien dat je in staat bent om voor jezelf te zorgen en hij zich geen zorgen om jou hoeft te maken.

Vertel ik niet teveel?

Het helpt om te weten dat kinderen (net als met seksualiteit) alleen dat onthouden, wat ze aankunnen. Wat vaak goed werkt is een wedervraag stellen: “Wat denk jij?” en hier vervolgens weer op aan te sluiten. Zo kun je checken wat er in jouw kind’s hoofd omgaat. Tussen de leeftijd van 2 en 5 jaar staat het magisch denken voorop en kun je ook merken in hun antwoorden dat er fantasiegedachten rondgaan. Hierdoor kunnen er ideeën over de dood ontstaan die niet kloppen of angst oproepen. Door zo’n wedervraag krijg je hier goed zicht op en kun jij vervolgens helpen om een meer realistisch beeld te creëren en eventueel angsten weg te halen.

Wat is een goed moment? 

Juist nu tijdens de coronaperiode waarin kinderen meer worden geconfronteerd met de dood maar ook alledaagse situaties (een dode vlieg) zijn een goede aanleiding om het gesprek hierover aan te gaan. Maak het niet te groot en zwaar. Een dood vogeltje maar ook een prentenboek over de dood zijn mooie manieren om het onderwerp ‘luchtig’ te bespreken. Daarnaast geven kinderen zelf aan door middel van vragen wat ze willen weten. Weet je op dat moment niet goed wat te zeggen? Benoem dat je er later even op terugkomt omdat je het antwoord nu even niet hebt. En doe dat vervolgens ook;).

“Maar mama, blijf jij wel altijd bij mij?”

Wanneer het thema ‘de dood’ wordt besproken kunnen kinderen ook de link gaan leggen met hun eigen ouders. Zij kunnen immers ook doodgaan. Een vraag die vaak voortkomt uit de behoefte aan zekerheid of jij als ouder voor ze beschikbaar blijft. Vaak zijn veel details niet nodig, maar zoekt jouw kind geruststelling. Dat kun je bijvoorbeeld doen door te zeggen: “Normaal gesproken gaan alleen hele oude mensen dood en wij zijn nog niet zo oud”. Je merkt vervolgens vanzelf of er meer vragen komen of jouw kind voldoende gerustgesteld is. Je kan ook hier een wedervraag stellen: “Wat denk jij?”. Dergelijke vragen en antwoorden zijn eigenlijk een mooie sturing in wat jouw kind ‘nodig’ heeft aan informatie.

Tips om over ‘de dood’ te praten met jonge kinderen

  1. Grijp het moment van het dode vogeltje in de tuin aan om te praten over de dood. Of er een ritueel aan te verbinden: zoals een doosje maken, een plek zoeken in de tuin en vervolgens begraven. Hoe meer je die momenten aangrijpt zonder dat er sprake is van een sterfgeval in de familie, hoe normaler dit thema voor jouw kind wordt. Kinderen hebben namelijk van nature geen angst voor de dood;
  2. Vermijd vooral bij de leeftijd tussen de 2 en 5 jaar vage termen zoals “voor altijd slapen”. Zij kunnen nog geen onderscheid maken tussen fantasie en werkelijkheid waardoor het gevaar is dat kinderen hun eigen waarheid (angsten) gaan creëren en er meer vragen ontstaan (“Als ik nu ga slapen, ga ik dan ook dood?);
  3. Wees zo eerlijk als mogelijk passend bij de leeftijd. Stel jouw moeder is ziek en overlijdt: “Oma’s lichaam was kapot en de dokter kon het niet meer maken” is concreter dan “Oma is heengegaan doordat ze ziek was”. Dit laatste laat namelijk ook veel meer ruimte over voor eigen interpretatie: ‘ik ben ook weleens ziek, ga ik dan ook dood?’ of ‘wat is heengaan?’.
  4. Vermijd verschillende termen die hetzelfde betekenen: dood, sterven, overlijden. Dit is voor kinderen te ingewikkeld, hou het simpel (opa is dood) zo voorkom je verwarring;
  5. Jonge kinderen hebben vaak langer de tijd nodig om informatie te verwerken. Het kan lijken alsof ze niet luisteren of geen interesse hebben maar intern zijn ze druk bezig om de boodschap te verwerken. Het komt geregeld voor dat kinderen op een later moment met vragen komen. Dat is eigenlijk wel iets moois, want ze geven daarmee hun eigen tempo aan;
  6. Kinderen verwerken veel in spel. Hier kun je gebruik van maken door bijvoorbeeld als jullie samen met de duplo spelen, een situatie na te spelen waarbij er iemand overlijdt. Je kunt kijken hoe hij hiermee omgaat en tijdens het spel op laagdrempelige wijze informatie geven en wat vragen stellen.

Daarnaast zijn boeken ook een hele mooie manier om ‘de dood’ op een laagdrempelige manier te bespreken. Tips voor jonge kinderen zijn:

  • Kikker en het vogeltje. Toegankelijk en mooi prentenboek over dood en rouw voor jonge kinderen (2+)
  • Misschien is doodgaan wel hetzelfde als een vlinder worden. Dit boek nodigt uit tot een gesprek over de dood én geeft kinderen de ruimte om vragen, angsten en gedachten te verwoorden. Leeftijd: 5+.
  • Wanneer word je dood? Leeftijd 3-12 jaar. Een boek waarin voorbeelden worden besproken hoe je over de dood kunt praten met kinderen met behulp van voorbeeldverhalen en vragen.

Ik hoop je hiermee wat handvatten te hebben gegeven. Heb je vragen over dit onderwerp? Neem gerust contact met mij op. Of volg mij op IG voor meer tips over moederschap en opvoeding.

P.s. het thema ‘rouw’ behandel ik binnenkort in een andere blogpost. Wil je daar alvast meer over weten? Stuur mij gerust een bericht.