Zindelijkheid: de do’s & don’ts

Geplaatst op 06 januari 2021 in Opvoeding

Zindelijkheid: de do’s & don’ts

Op welke leeftijd begin je? Hoe pak je het vervolgens aan? Doorzetten bij weerstand of even pauzeren?
Herkenbare vragen als je al eens (of vaker) bent gestart met zindelijkheidstraining. Afgelopen zomer (Maes was 1 jaar en 9 maanden) hebben we een eerste poging gedaan.

Het leek ons een goede timing: mooi weer, Maes vond het plassen op het toilet heel interessant en Bart had een aantal weken ouderschapsverlof opgenomen: kortom de ingrediënten voor een zinvolle zindelijkheidstraining (dachten wij).

De eerste keer op het potje was leuk, maar daarna was Maes niet meer geïnteresseerd. De poep- en plasbroeken hadden de overhand en Maes gaf steeds vaker aan niet op het potje te willen.

Op het moment dat hij het potje begon te verstoppen en na een paar dagen de weerstand alleen maar toenam, besloten we te stoppen en het op een ander moment opnieuw te proberen.

 

Inmiddels zijn we een halfjaar verder en (lijkt het) stukken soepeler te gaan: meer motivatie en lol in het plassen. Omdat ik vaak vragen krijg over het thema zindelijkheid én er in blogs hele tegenstrijdige adviezen worden beschreven: besloot ik de literatuur in te duiken en wat handige (betrouwbare) informatie voor je op een rij te zetten!

Hoe zit het in het algemeen met de zindelijkheid van kinderen?

Uit onderzoek van het UZA blijkt dat in de jaren zestig 90% van de kinderen overdag droog was op 2,5 jaar, tegenover 22 % nu. Als een van de oorzaken wordt genoemd dat er nu ten opzichte van 30 jaar geleden, meer ouders zijn die beide werken waardoor tijdsgebrek een rol speelt. Daarnaast lijkt ook de verbeterde luierkwaliteit (natte luier voelt niet zo vervelend meer aan) een rol te spelen en tot slot wordt nog genoemd: onwetendheid vanuit ouders. Die onwetendheid is mijn inziens niet vreemd. De blogs vliegen je om de oren waarin de adviezen erg van elkaar verschillen. Van beginnen voor 1e jaar tot ‘als je kind eraan toe is’. Maar wanneer is je kind eraan toe? Vooral bij een eerste kind is dit best lastig om te bepalen. Ik hoop je met onderstaande (onderbouwde) tips wat meer duidelijkheid te geven.

Wat verstaan we onder zindelijkheid?

Allereerst is het goed om te weten dat zindelijk zijn en het hebben van een droge broek, twee verschillende dingen zijn. Het hebben van een droge en schone broek, kan met veel inzet van de ouders al op jonge leeftijd lukken. Onderzoek wijst uit dat dit zelfs onder de leeftijd van 1 jaar mogelijk is (Rugolotto, 2008). Dat betekent overigens niet dat dit aansluit op de ontwikkeling van het kind. Daadwerkelijk zindelijk zijn is namelijk wat anders. Dit houdt in: aandrang voelen en de daarop volgende actie, het naar het toilet gaan op een geschikte plaats kunnen uitvoeren. Voor het daadwerkelijk zindelijk zijn, zijn meer vaardigheden nodig en treedt over het algemeen dan ook vaak later op (tussen de 1,5-5 jaar).

Wat is de ideale leeftijd?

Om zindelijk te worden is het belangrijk dat het kind beschikt over de mogelijkheid om zijn bekkenbodemspieren te ‘bedienen’ (fysiek), maar daarnaast zijn ook cognitieve en motorische vaardigheden van belang. Het bewust worden van (de mate van) blaasvulling ontstaat tussen de het eerste en tweede jaar. De mogelijkheid om de plas te kunnen laten beginnen of onderdrukken onafhankelijk van het niveau van blaasvulling ontwikkelt zich wat later. Meestal gedurende het tweede en derde levensjaar (Leerdam van, 2005; Boomsma, 2006).

Belangrijk om te noemen is dat bij ieder kind de ontwikkeling anders verloopt. Een echee geen ‘gouden standaard’ die voor elk kind opgaat is er dan ook niet. Op basis van bovenstaande informatie kun je echter wel concluderen dat (bij een normale ontwikkeling) het starten met zindelijkheidstraining voor een leeftijd van 1 jaar vaak nog weinig effectief is óf gepaard gaat met een zeer intensieve inzet van ouders.

Wél kunnen we kijken naar de gedragskenmerken (wat zie ik bij mijn kind?) om op die manier zicht te krijgen op wanneer jouw kind klaar is om te starten met zindelijkheidstraining.

Wat zijn voorwaarden om te starten?

We kunnen op verschillende niveaus kijken: namelijk naar het kind (lichamelijk én cognitief) maar ook naar de ouder. Van een kinderbekkenfysiotherapeute kreeg ik een mooie tip. Om zindelijk te kunnen zijn is rijping van de zenuwen nodig. De zenuw van de bekkenbodem stuurt ook de spieren aan die nodig zijn om te kunnen springen. Met andere woorden: als je kind kan springen dan beschikt hij over de mogelijkheid om de bekkenbodemspieren bewust in te zetten. Daarnaast is het ook belangrijk dat het kind begrijpt (cognitief) en enige wil heeft om te plassen op het potje (motivatie).

Dat kun je herkennen door:

–       Het kind imiteert gedrag rondom plassen/poepen van de volwassene
–       Interesse in zindelijkheid (meegaan naar het toilet)
–       Zelfstandig kunnen zitten en opstaan van het potje
–       De begrippen ‘plassen’ en ‘poepen’ moeten duidelijk zijn voor het kind

Daarnaast is het meest belangrijke dat jullie als ouders gemotiveerd zijn om hiermee aan de slag te gaan. Het vraagt extra tijd, focus en jullie kind heeft jullie echt nodig om deze vaardigheid eigen te maken.

Dan nog even wat verwachtingsmanagement…

Zindelijk worden is namelijk echt een vaardigheid. Vergelijk het met leren fietsen. Voor ons verloopt dit onbewust, maar kinderen hebben hulp nodig om dit te leren. Bij het ene kind verloopt dit sneller dan bij het andere kind en dat is ok. Laat je niet opjagen door die vriendin die appt met de boodschap: “Gewoon doorzetten, onze Juul was binnen in 1 dag zindelijk”.

Ongelukjes zijn dan ook inherent aan dit leerproces. Het zenuwstelsel van de blaas en omgeving heeft zelfs een ontwikkelingsduur van 7 jaar, ongelukjes op latere leeftijd zijn dan ook niet vreemd. Ook is bijna geen kind ‘zo ineens’ zindelijk. Beschik je wel over zo’n topper: wees dankbaar! Helaas pretenderen diverse blogs dat je met die ene ‘gouden tip’ binnen 1 of een paar dagen de zindelijkheid erin traint. Als werkende ouder met 1 of misschien wel meerdere kinderen thuis is dit in de praktijk vaker niet dan wel het geval. Gun jezelf en jouw kind de tijd om te oefenen.

Mijn kind vraagt niet om het potje

Er zit een verschil tussen ‘eraan toe zijn’ als kind en ‘actief vragen om een potje’. Vaak wordt gezegd: volg het tempo van je kind en kijk of hij eraan toe is. Ik weet uit de praktijk dat dit het beeld kan oproepen dat het kind hier zelf het gesprek over aangaat (“ik wil geen luier meer”). Echter gaat het er veel meer om dat jij als ouder de signalen observeert en zelf actief het potje aanbiedt. Er zijn namelijk maar weinig kinderen die uit zichzelf met zo’n dergelijk verzoek bij de ouders komen. Hiervoor kun je dus eerder genoemde herkenningspunten gebruiken.

Wanneer niet starten?

Wanneer kinderen stress ervaren kan het zijn dat ze terugvallen in oud gedrag. Denk aan sinterklaas, een verhuizing of overlijden. Niet alles valt te plannen, maar wanneer je weet dat er op korte termijn een (ingrijpende) verandering gepland staat dan is het wijsheid om de zindelijkheidstraining even uit te stellen.

Handige weetjes en tips

  • Begin je op jongere leeftijd, houd er rekening mee dat het kind ook een kleinere blaascapaciteit heeft en dus wat vaker gestimuleerd moet worden om naar het potje te gaan
  • Bouw vaste momenten in. Bijvoorbeeld elke 1,5 uur en voor elke maaltijd
  • Qua duur: 2 à 5 minuten per keer is voldoende
  • Blijf erbij en maak het een ontspannen, plezierig moment.
  • Lees bijvoorbeeld een verhaaltje voor zodat jouw kind zich ook echt ontspant of bekijk een korte video met zindelijkheid als thema (v.b. youtube: “op het potje”)
  • Uit onderzoek is bekend dat de helft van de kinderen 15 à 20 minuten na het ontbijt of de lunch poept. Handig om te weten als de grote boodschap op het potje nog niet lukt
  • Observeer je kind: kun je herkennen aan zijn mimiek en gedrag wanneer hij moet plassen of poepen? Benoem dit dan op die momenten, hiermee help je hem om zijn lichamelijke signalen te herkennen
  • Blijf positief. Straffen werkt averechts. Kinderen ontwikkelen dan sneller een negatieve associatie met het plassen en poepen en dat is wat je wil vermijden
  • Een open sfeer over de toiletgang thuis werkt stimulerend. (Jonge) kinderen leren voor het overgrote deel door imitatie. Is jouw kind geïnteresseerd in die momenten wanneer jij op het toilet zit? Laat ze meegaan: dit zijn perfecte leermomenten!
  • Stem af met de opvang of opa/oma. Hoe meer je op 1 lijn zit qua benadering en aanpak hoe duidelijker dit is voor jouw kind.

Kortom: zindelijkheid is een vaardigheid die net als zelfstandig leren eten of lopen in stapjes gebeurt. Daarbij heeft jouw kind jou als ouder nodig, vooral in het begin. Een terugval is ook normaal. Probeer relaxt te blijven, de druk eraf te halen en zo nodig een pauze in te lassen als je merkt dat er (teveel) weerstand ontstaat.

Boekentips

 

Veelgestelde vragen

Wel of niet de luier helemaal af?

De Nederlandse richtlijn van het NCJ geeft als advies om te starten met een aantal keer per dag op het potje met luier aan en daarna zonder luier. Bij goed plassen op het potje kan de luier overdag uit. Echter geven andere onderzoeken aan dat dit leidt tot verwarring. Er is niets tegen om de luier uit te laten. Om de kans op ongelukjes te verminderen helpt het om jouw kind op vaste momenten (bijvoorbeeld elke 1,5 uur) op het potje te zetten. Een middenweg is de onderbroek onder de luier: zo voelt het kind wel de nattigheid maar scheelt het jou een extra broek verschonen :)!

Wat te doen bij weerstand?

Geef uitleg en schenk positieve aandacht aan de momenten dat het kind interesse heeft in dat wat met zindelijkheid te maken heeft. Samen plassen, beloning door middel van stickers en complimenten. Heb je verschillende manieren geprobeerd: laat het dan even los en probeer het een aantal weken later opnieuw.

Begin ik niet te vroeg?

Onderzoekers van het UZA (gespecialiseerd in zindelijkheid) geven aan dat je niet snel ‘te vroeg’ kan beginnen mits jouw kind goed kan zitten en lopen én wanneer je het positief doet, zonder druk. Als je kind  geïnteresseerd is in het potje, kijk dan gewoon wat er gebeurt als je het potje (consequent) inzet.

Kan een kind vanzelf zindelijk worden?

Er zijn kinderen die uit zichzelf aangeven: “ik hoef geen luier meer” en vanaf dat moment keurig op het potje hun behoeftes doen. Dit is echter eerder uitzondering  dan regel. Het is een misverstand dat kinderen ‘vanzelf’ zindelijk worden. Klaar zijn voor zindelijkheid heeft te maken met de lichamelijke en cognitieve rijping van het kind, maar pas dan begint het leerproces waarbij jij als ouder een belangrijke rol speelt.

Mijn kind is bang voor het potje

Ga vooral niet pushen maar hou het gezellig en positief. Kijk of alternatieven helpen om de angst te verminderen. Bijvoorbeeld tegelijk met jou naar het toilet gaan, erbij blijven, lievelingsknuffel meenemen of een boekje voorlezen. Merk je dat de weerstand blijft of erger wordt, las een paar dagen pauze in en probeer het opnieuw.

Mijn kind wil niet op het potje, wel op het toilet

Prima! Als zij daar wel motivatie voor laat zien dan is dit helemaal ok. Je mag daarin de ontwikkeling van je kind volgen. Belangrijk is dat het kind daar een juiste toilethouding heeft . Het kind moet ontspannen kunnen zitten. De voeten ondersteunen met een voetenbankje en gebruik een wc-bril-verkleiner. Ook voor jongetjes is het verstandig om zittend te plassen.

Wanneer moet ik mij zorgen maken?

Is je kind overdag op 5-jarige leeftijd nog niet zindelijk of ’s nachts rond de leeftijd van 6 of 7 jaar dan is een bezoek aan de huisarts aan te raden om te kijken of er mogelijk andere oorzaken spelen. Heeft jouw kind er zelf last van (wil wel, maar lukt niet) dan is het ook raadzaam om een expert in te schakelen.

 

 

Bronnen:

    • Boomsma L.J., Dijk van P.A., Dijkstra R.H., Laan van der J.R., Meulen van der P., Ubbink J.Th. et al. (2006). NHG-Standaard Enuresis Nocturna (eerste herziening). Huisarts en Wetenschap 49[13], 663-671.
    • Het droge broeken boek
    • Leerdam van F.J.M. (2005). Enuresis, a major problem or a simple developmental delay? Proefschrift Vrije Universiteit Amsterdam
    • Nederlandse richtlijn Zindelijkheid
    • Rugolotto S., Sun M., Boucke L., Calo D.G. & Tato L. (2008). Toilet training started during the first year of life: a report on elimination signals, stool toileting refusal and completion age. Minerva Pediatr., 60, 27-35.
    • UZA – Development Signs in Healthy Toddlers in Different Stages of Toilet Training: Can They Help Define Readiness and Probability of Success?
    • Vakblad vroeg